Van braak naar bodemkracht
Familiebedrijf Wubben uit het Zuid-Hollandse Nootdorp teelt sinds 1961 nerines en amaryllis in de vollegrond op circa 20.000 m². De hoofdteelt bestaat uit een breed assortiment nerines op 15.000 m², aangevuld met 5.000 m² amaryllis. Sinds 2025 is daar een nieuwe tussenteelt aan toegevoegd: een soortenrijke TerraLife-groenbemester. Samen met DSV specialist Rowan Timmer bezoeken we Paul Wubben en zijn zoon Kevin en neef Ronald, die beiden actief zijn binnen het bedrijf, en spreken met hen over hun eerste ervaringen met groenbemesters in de kas.
“Tussen twee nerine-teelten ligt de bodem 8 à 9 weken leeg. Onze adviseur Van der Knaap Ecoconsultancy gaf aan: Waarom zou je niet eens proberen om een groenbemester te telen? De grond was in- en in droog en het bodemleven verdwijnt dan. Dat is niet goed voor de bodem,” vertelt Paul. “Daarom hebben we het vorig jaar eens geprobeerd. We dachten wel: ‘dat is een hoop gedoe’. Je moet het zaaien en opruimen, maar uiteindelijk valt het extra werk echt wel mee.”
Wubben koos voor een mix van TerraLife BetaSola en WarmSeason. “We hebben twee verschillende mengsels uitgeprobeerd om te kijken hoe dat gaat in een kassenteelt in acht weken. We kozen BetaSola voor de diepe beworteling en BetaSola gemengd met WarmSeason om meer diversiteit te krijgen.” Beide mengsels komen laat in de bloeiperiode. “En dat is goed, want zodra ze generatief zijn, worden ze interessant voor trips.”
Foto: DSV zaden specialist Rowan Timmer bekijkt met Paul, Kevin en Ronald Wubben de groenbemesters en de werking in de bodem.
De eerste teelt van de groenbemesters verliep niet optimaal. “We hebben te lang water gegeven, waardoor de bladrammenas om zeep is gegaan,” zegt Paul. Toch zagen de telers direct de voordelen en besloten ze een tweede poging te doen met een aangepaste waterstrategie op advies van DSV specialist Rowan Timmer. “In het begin hebben we water gegeven, later in de teelt zijn we daar volledig mee gestopt. Dat werkte een stuk beter. De BetaSola is op 18 februari gezaaid en staat er nu fantastisch bij,” aldus een tevreden Paul.
“Voorheen stoomden we de grond diep en maakten we alles dood om een zo steriel mogelijke omgeving te creëren,” vertelt Ronald. “Nu kiezen we juist voor het tegenovergestelde: het bodemleven in stand houden.” Het stomen gebeurt alleen nog oppervlakkig en ook de woelpoot wordt niet meer door de grond heen gehaald. “De groenbemester breekt de grond open, waardoor we niet meer met de trekker de kas in hoeven. Voor de bodemweerbaarheid is het beter als het pakket op elkaar blijft liggen, in plaats van dat je alles uit elkaar trekt. We willen nu ook een proef gaan doen waarbij we een deel van het perceel helemaal niet meer stomen.”
“We zien dat met een groenbemester de bodem meer water opneemt. Dit zagen we na één teelt al. “Met name de bladrammenas breekt de bodem open. Daarnaast zien we meer humus en een mooie, kruimelige structuur.”
Maar daar blijft het niet bij: ook de hoofdteelt profiteert. “We zien over het algemeen een sterkere groei van de nerine. Ze maken meer blad en staan robuuster in de bodem dan voorheen, doordat ze zich beter kunnen vestigen. Ook is de bodem minder snel verzadigd, waardoor er meer zuurstof beschikbaar is,” zegt Paul. “We hebben minder uitval en houden duidelijk meer goede en grotere bollen over. Daarnaast konden we ook aanzienlijk meer stelen snijden. We denken zeker dat de groenbemesters daaraan een positieve bijdrage hebben geleverd.”
“Vroeger was dit perceel grasland. Na de bouw van de kas teelden we voor het eerst op verse grond en die teelt was daardoor super,” vertelt Paul. ”Met deze wisselteelt met de groenbemester proberen we hetzelfde effect van ‘verse grond’ te creëren.”
De groenbemester wordt in de teeltrotatie ingepast wanneer de kas minimaal zes weken leeg ligt. De mengsels worden oppervlakkig ingezaaid met een granulaatzaaier en vervolgens licht ingeharkt. De teelt wordt beëindigd door het gewas te versnipperen met een klepelmaaier tot circa 10 centimeter boven de grond. Binnen enkele dagen daarna wordt Microferm toegepast om de vertering te versnellen en het bodemleven te activeren. “Hierdoor komen nutriënten uit de groenbemester sneller beschikbaar voor de hoofdteelt,” aldus Paul.
Fotoserie: Het beëindigen van de groenbemester gebeurt met een klepelmachine. Deze versnippert groenbemester op ca. 10 cm hoogte.
Resultaat van de groenbemester: een goed doorwortelde, kruimelige bodem die, ondanks minder beregening, toch zichtbaar vocht vasthoudt. Klaar voor een volgende nerineteelt.
“Bij onze eerste teelt hadden we last van trips,” vertelt Kevin. “Dat kwam doordat het gewas generatief werd. De oplossing is om vóór deze fase te snipperen. Daarnaast is het belangrijk om trips goed te monitoren. Inmiddels hebben we daar een plan voor en zetten we biologische bestrijding in met roofmijten.”
“We geven geen bemesting aan de groenbemester, want de groenbemester ís de bemesting. De proef is voor ons zo geslaagd dat we dit voortaan in alle nerineteelten gaan toepassen,” sluit Paul af.